Jack's travelblog

Hulpbehoevend, maar vrolijk Malawi

Verschillende mensen hebben gezegd wat te willen doen. De gemeenschap in Kande in Malawi kan die steun goed gebruiken. Zij kunnen vrijwel alles goed gebruiken, van muskietennetten tot kleding, vrijwilligers die op school lesgeven (welk vak dan ook in het Engels) tot boeken. De gemeenschap, met hulp van sociaal werkers en de schoolleraren, probeert hun kinderen een betere toekomst te geven en verdeelt de hulp onder de behoeftigen. Laat het mij gerust weten en ik zal wat met ons contact regelen.

Maar eerst de grens over met Malawi. Een visum kost voor wereldburgers $75. Voor o.a. Pakistani, Irakezen, Syriërs en… Zwitsers $125. Voor het eerst dat Zwitserland in één rijtje met dergelijke landen genoemd wordt. Na mango’s zijn visa ogenschijnlijk de belangrijkste bron van inkomen voor de staat.

Na prachtig landschap en uitdagende (zand)wegen bereiken we ons onderkomen voor de komende nachten. Kande Beach aan Lake Malawi. Rietgedekte huisjes aan het witte strand in een groene omgeving. Het water is een aangename 30 graden. De bar schenkt koele drankjes. Paradise.

Zondag 13 december om 8 uur start de village tour. De zon brandt en gisteren was het gezellig. Bij de toegang tot het resort zien we tien paar Afrikaanse voeten onder het dichte hek wachten om binnen te komen. Mis. Zodra wij buitenkomen worden we belaagd door de eigenaren van deze voeten. Jongemannen die wat willen verkopen. Maar eerst zullen twee heren per persoon onze begeleiden in het dorp Kande. Ze vertellen over hun dorp en gewoonten in ruil voor de onze. Hun manier van reizen. Intensief en overweldigend, maar toch ook een heel aardige manier om wat van de wereld te leren. Voor beide partijen. Bij het eerste huis blijven de begeleiders op straat achter om plaats te maken voor de kinderen. Niets is zo geweldig als de hand van een blanke toerist(e) vast te houden. Een goede nummer twee is gekke bekken trekken voor de foto met je vriendjes en vriendinnetjes en dit vervolgens terug te zien. Lang leve het digitale tijdperk. Onze gids Robbert, sociaal werker in ’t dorp, probeert wanhopig ons te informeren terwijl de kinderen de nodige aandacht opeisen.

Elke familie heeft een stukje grond. Hierop verbouwen ze cassava. Je stopt een tak in een hoop grond en de rest gaat vanzelf. Niks geen water geven of andere onzin. Gewoon 3x per jaar oosten. De bladeren worden als salade gebruikt en de wortels voor meel. De grote wortels worden enkele dagen geweekt in water, kapotgeslagen, gedroogd en dan in de houten ton tot meel verpulverd met een grote stamper. Van het meel wordt van alles gebakken. Vanzelfsprekend is Manuela, met haar blonde haar en lengte, populair onder de kinderen. Afgezien daarvan is zij ook gewoon goed met kinderen. De kinderen zijn vrolijk en nieuwsgierig. Ik tref het natuurlijk weer met twee jongetjes met een onmogelijke naam. Op zich niet erg, maar deze twee knaapjes zijn pas tevreden als ik het goed uitspreek. Na het huisbezoek lopen onze begeleiders weer mee. Net als bij de kinderen biedt voetbal uitkomst.

We stoppen bij een waterpomp, geschonken door Canada. Robbert vertelt dat ze ook iemand in het dorp hebben opgeleid om de pomp te onderhouden en indien nodig te repareren. Iedereen draagt een klein bedrag per maand bij.

Dan een andere familie en even bijkomen in de lokale kroeg. Met een koel colaatje. Gezien de bijna 40 graden best lekker. Verder naar de basisschool. Het hoofd vertelt, op zijn vrije dag, vol trots dat ze 1800 leerlingen hebben en 11 leraren. De grootste klas heeft ruim 180 leerlingen! We krijgen de briefing in de schoolbibliotheek en laten ze ons zien dat ze een hoop boeken hebben, zeg maar 1 boek per kind. Over alle vakken en leeftijden… Het programma voor de kinderen wordt met de leeftijd intensiever. Eigenlijk proberen ze de kinderen de hele dag van straat te houden en zo goed mogelijk wat te leren.

Verder met de kids op pad naar het lokale ziekenhuis. Hier mogen we twee jonge moeders met de pasgeborene bekijken. De kamer heeft 8 bedden. De matrassen hebben een soort plastic hoes, maar die zijn kapot. Ook de lakens e.d. zien er niet uitnodigend uit. In de ruimte is het stevig warm en er zijn wat overtollige vliegen. De waterpomp van het ziekenhuis schijnt al een jaar kapot te zijn, zodat de lokale bevolking water uit het dorp komt brengen. Ze sparen nu voor een nieuwe pomp. Malaria is hier een groot probleem, muskietennetten zijn veel te duur. En de behandeling vanuit het ziekenhuis is afhankelijk van hun voorraad medicijnen. Net als bij de school kunnen we hier een kleine donatie achter laten.

Weer onder kinderbegeleiding terug naar Kande Beach resort. Voor de ingang de shops bezoeken van onze nieuwe “Brothers from an other mother”.

De middag bivakkeren we weer in volledige luxe. Wat een contrast.

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail