Jack's travelblog

Spot het Afrikaanse wilde leven…

Vanuit Phalaborwa gaan we Kruger National Park in. Eerst een A4-tje met gegevens invullen en dan met de huurauto door de bush bush. De wegen zijn gelukkig behoorlijk goed en het weer is ons gunstig gezind. Afgelopen week was het rond de 50 C, maar wij moeten het doen met een bescheiden 30 C. Een zandweg slingert door het landschap met lage vegetatie naar Letaba. Je zou verwachten dat het dor en kaal is, maar het is voorjaar en behoorlijk fris groen. Onder de struiken veel hoog gras. Wild spotten is dan ook nog best lastig. Een Olifant van 6 ton kan hier op 10 à 20 m van de weg makkelijk in het landschap opgaan.

Onderweg zien we veel antilopes en impala’s. Hier en daar een steenbokje of giraf, maar vooral veel olifanten en in en rond de rivier nijlpaarden. De tweede stop is bij Olifants. Het schitterend gelegen terras kijkt over de rivier. Even bijkomen van al die indrukken.

De tweede dag weer om 6 uur bij de gate in Phalaborwa. Het park is immers van 6 tot 18 u open en de kans om wild te zien is ’s ochtends aanzienlijk groter. Vandaag een lange rit voor de boeg door dit schitterende park. Via Letaba, Satara en Skukuza zullen we aan het eind van de dag het park om een paar minuten voor zes via Kruger Gate verlaten. Het landschap varieert door het park heen, maar blijft behoorlijk dicht begroeid en groen. Met enige regelmaat steekt een kudde olifanten over of loopt langs de weg te schuimen. Een modderpoel wordt tot een kuuroord, waar een familie olifanten een modderbad neemt, tegen een rotsblok aan schuurt en waar de jonge olifanten spelen. Iets verderop staat een nijlpaard zijn soortgenoten in de poel te bewonderen. Of hij kijkt afgunstig naar de krokodil die ligt te zonnen aan de waterrand.

De grote jagers laten zich vandaag niet zien en zonder geoefend oog is spotten in dit hoge gras ook niet te doen. Het park heeft een mooi boekje met kaarten van de wegen, maar ook de beesten en vogels die hier voorkomen. Handig om te weten wat je ziet. De lijst van gespotte dieren is te lang om op te noemen, maar enkele wil ik jullie niet onthouden: witte neushoorn, giraf, buffel, wrattenzwijn, baboon, zebra, waterbuck, mongoose, kudu, olifant, nijlpaard, krokodil en schildpad. En natuurlijk de nodige vogels: Southern ground hornbill, Burchell’s starling, saddle-billed stork, kori bastard, African hoopoe, southern yellow-billed hornbill, helmeted guineafowl en nog veel meer…

’s Ochtends vroeg tot de schemer wildspotten is best vermoeiend, maar de uitdaging begint dan past echt. Op de weg naar Hazyview, onze overnachtingsplek, is het Afrikanen ontwijken. In de schemer en duisternis lopen regelmatig donker geklede Afrikanen op de vluchtstrook van de doorgaande weg. Je mag hier tussen de 80 en 120 km/u rijden. Je bent geneigd om dan maar wat meer naar het midden van de weg te gaan rijden. Dit is echter minstens zo uitdagend, aangezien de Afrikaan ook graag inhaalt op een willekeurig moment als hij daar zin in heeft. Om het een beetje uitdagend te houden rijden enkelen in de schemer zonder licht en staan ze eveneens zonder licht half op de weg stil of doen iets anders dan hun richtingaanwijzer suggereert. Maar we hebben het er zonder kleerscheuren afgebracht en ook dat hoort bij het Afrikaanse avontuur.

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail