Jack's travelblog

Zand, zand en nog eens zand…

Langzaam naderen we de grens. De Namibische woestijn is nu echt begonnen en die zullen we komende dagen niet meer verlaten. Hier en daar passeren we een nederzettingen en wat wijngaarden. Maar het is toch vooral eindeloos … zand en … mooi. De eerste overnachting is bij Felix Unite, een groene stip in de woestijn.

Zondagochtend beginnen we de dag met een kanotocht op de Orange River. Dit is onder begeleiding van twee gidsen die ons door de woeste wateren moeten leiden. 2,5 uur later meren we af bij de kampeerplek en hebben dan 3 stroomversnellingen van geen enkele categorie gehad. Zelfs de Ardennen met laag water zijn heftiger. Het gezelschap is goed, dus leuk gedobberd.

Verder de woestijn in, nog droger en nog stoffiger. De volgende campsite ligt midden in de woestijn. Hier is een soort kampeerplek gecreëerd voor toeristen met bomen en voorzieningen. ’s Avonds lopen we 2,5 km langs de rand van de Fish River Canyon, 160 km lang en 550 m diep. Iets kleiner dan de Grand Canyon, maar niet slecht. We zien hier de zon ondergaan, voordat we terugkeren.

Er ontstaat een patroon, ook maandag weer 6 uur op, ontbijt en dan de truck in. Hobbelen… We zien wat impala’s, struisvogels en oryxs. Onderweg spelen we het spel weerwolven. ’s Avond kamperen in de wildernis van de Sossusvlei. Maar eerst een bezoek aan de beroemde Sesriem Canyon. Leuk om hierin rond te lopen.

Je raad het al, dinsdag… 5 uur op pad. Eerste stop is een begrip, Duin 45. We klimmen hier naar boven via scherpe de rand van zand, tot we op zo’n 170 m hoogte zijn. De wind is koud. De zon komt al snel op, net als de temperatuur. De duin bestaat uit super zacht zand en ik ben blij dat ik op blote voeten ben gegaan. Het uitzicht is schitterend. Prachtige diepe kleuren en scherpe lijnen van de duinen. Hier en daar een boom in het dal. We moeten helaas verder en in select gezelschap rennen we de duin af. Nog steeds leuk. Dan verder de Sossusvlei in. Met de landrover naar Deadvlei, een droog gevallen meer met dode bomen. Dat wil zeggen we moeten nog wel een stukje door het hete zand lopen. De bomen gingen 500 jaar terug dood, maar staan hier nog steeds. Een verrassend tafereel. Op het kampterrein is het afbreken en douchen. Dat laatste is zeker nodig aangezien het zand echt overal zit. Na de lunch verder naar het noorden. Eindeloos niets en dan een afslag naar een grote rots. De overhangende rotsen bieden onderdak voor picknick. En jawel dit is onze overnachingsplek voor vannacht. We lopen de rots op en genieten van het uitzicht. Niets zover je kunt kijken. De temperatuur zakt behoorlijk. Een mooi excuus voor een kampvuurtje.

Woensdag wakker worden en ontdekken dat de tenten van buiten kletsnat zijn. De mist van zee zorgt hier voor tienmaal meer water dan de regen. Nog even in de zandbak spelen tot we bij Swakopmund aan de oceaan aankomen. Een klein stadje, waar we hernieuwd kennis kunnen maken met de “beschaving”.

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail